Terug naar Zweden, thuis

Peter is geboren in Malmö. En als je hem vraagt wat hij zich uit zijn vroege jeugd herinnert, komen er geen ingewikkelde verhalen over identiteit of afkomst. Hij vertelt over een park. Over een heuvel. En over een slee.
In de winter gingen hij en zijn vriendjes met hun slee de heuvel op om er vervolgens zo hard mogelijk weer vanaf te roetsjen. In de zomer was er een zwembad. Maar hij leerde zwemmen in zee. Met een haak om zich heen, zodat hij niet meteen naar de bodem verdween.
Het was, zoals Peter het zelf omschrijft, een relatief onbezorgde jeugd. Hij ging naar school, zijn moeder werkte en daarom had hij een 'dagmoeder'. Op school bleek al snel dat stilzitten niet bepaald zijn sterkste kant was. Hij deed liever dingen met zijn handen. Buiten spelen met vriendjes vond hij een stuk interessanter. Schaatsen, ijshockeyen, zwemmen. Veel buiten. Dat was voor hem heel normaal. Pas later, toen hij in Nederland woonde, ontdekte hij dat dat misschien helemaal niet overal zo normaal was.
Toen Peter met zijn moeder naar Nederland verhuisde, moest hij opnieuw beginnen. Een ander land. Een andere taal. Andere gewoontes. In het begin miste hij vooral zijn familie en zijn vrienden in Zweden. Maar kinderen passen zich meestal sneller aan dan volwassenen denken. Peter leerde Nederlands, bouwde een leven op en bleef uiteindelijk jarenlang in Nederland. Hij werkte er 35 jaar als systeemontwikkelaar, kreeg kinderen en had daar gewoon zijn leven. Maar Zweden verdween nooit helemaal uit beeld.
Hij ging regelmatig terug op vakantie. Dat was belangrijk. Niet alleen voor het contact met zijn familie, maar ook om de band met het land te houden. En die Zweedse achtergrond wilde hij ook aan zijn kinderen meegeven. Dat ging niet altijd vanzelf. Maar tijdens vakanties kregen de kinderen toch een flinke dosis Zweden mee. Zwemmen. Skiën. De natuur in. En natuurlijk de ijsjes die volgens Peter tot de betere uitvindingen van Zweden behoren. Zijn kinderen zijn inmiddels volwassen en komen nog steeds graag in Zweden. Ze zijn trots op hun Zweedse achtergrond.

Toen de kinderen wat groter werden, werd het serieuzer. En in 2020 gebeurde het. Peter ging terug naar Zweden.
Dat klinkt achteraf misschien als een logische stap, maar zo eenvoudig was het natuurlijk niet. Na tientallen jaren Nederland begin je niet zomaar opnieuw. Toch bleek het uiteindelijk de juiste keuze. Er was ook iets wat hem iedere keer weer raakte als hij Zweden binnenreed. De brug bij Malmö. Als hij daar met de auto overheen reed, kon dat hem ontroeren. Niet één specifiek ding. Gewoon alles bij elkaar. De omgeving. De herinneringen. Het feit dat hij weer in Zweden was. Een gevoel dat blijkbaar nooit helemaal verdwenen was.
Als je Peter vraagt wat hem uiteindelijk terug naar Zweden trok, heeft hij daar een behoorlijk nuchter antwoord op. Rust. Ruimte en vrijheid. En vooral ruimte. Want waar in Nederland ongeveer iedere vierkante meter wel een bestemming heeft, ligt dat in Zweden behoorlijk anders. Hier kun je rijden en rijden en nog steeds het gevoel hebben dat er eigenlijk helemaal niemand woont. Bossen. Meren. Wegen waar je soms langer geen auto tegenkomt dan je in Nederland nodig hebt om een file te veroorzaken.
En dan is er de natuur. Peter houdt van het feit dat die hier op veel plekken nog gewoon haar gang kan gaan. Niet alles hoeft aangelegd, aangeharkt, omheind of voorzien te worden van een bordje. Dat past bij hem. Hij wil buiten zijn. Met zijn handen werken. Met de seizoenen leven. Ruimte hebben. Dat is geen groot filosofisch levensdoel. Hij vindt het gewoon prettig.
Dat is misschien wel de belangrijkste zin uit onze gesprekken. "Ik had dit leven niet in Nederland kunnen leven." Niet omdat Nederland slecht is. Hij heeft er tenslotte 45 jaar gewoond en er een prima leven gehad. Maar het leven dat hij nu leidt, past beter bij hem. Een grote moestuin. Veel buiten zijn. Werken met zijn handen. De seizoenen volgen. Minder behoefte aan spullen en inkomen. En vooral: ruimte. Veel ruimte. Dat laatste is lastig uit te leggen aan iemand die gewend is dat er achter ieder weiland weer een woonwijk, bedrijventerrein of rotonde verschijnt. In Zweden kan moeder natuur op veel plekken nog gewoon haar gang gaan. En daar geniet Peter van.
Had hij dit als kind kunnen bedenken? Waarschijnlijk niet. Het jongetje uit Malmö kon natuurlijk niet weten dat hij tientallen jaren later opnieuw in Zweden zou wonen. Maar als je kijkt naar wat er gebleven is, zijn er wel wat overeenkomsten. Hij speelde vroeger graag buiten. Hij zat niet graag stil. Hij deed graag dingen met zijn handen. Hij hield van zwemmen, schaatsen en de natuur. En nu? Nu woont hij in Värmland. Hij heeft een moestuin, werkt met zijn handen, is veel buiten en houdt van de ruimte en de seizoenen. Toeval? Misschien. Of misschien zat er toch al iets van de huidige Peter in dat jongetje uit Malmö. Ik vroeg hem wat dat jongetje zou zeggen als hij de Peter van nu zou zien. Zijn antwoord was kort. "Welkom thuis. Fijn dat je weer terug bent." Dat lijkt me eigenlijk wel genoeg. Geen grootse levenslessen. Geen sprookje over terugkeren naar je roots. Gewoon een man die na een lang leven in Nederland uiteindelijk weer terecht is gekomen op een plek waar hij zich goed voelt. Terug in Zweden. Thuis.